De Elektronische Intifada van Arjan El Fassed (1/2)
Arjan El Fassed is de zoon van een Palestijnse vader en een Nederlandse moeder, auteur van het boek ‘Niet iedereen kan stenen gooien’ en de nummer 1 van de top 100 Nederlandse Twitteraars. Ik zocht hem op in zijn huis in Kanaleneiland te Utrecht, waar hij al enkele jaren met zijn vrouw en kinderen woont. Ik sprak met hem over het bouwen van bruggen, het beschrijven van muren en het verkopen van straatnamen, als alternatief voor het gooien van stenen. Dit is het eerste deel van het interview, binnenkort het tweede deel.
‘Hier in Nederland ben ik de man met de rare achternaam, in Palestina ben ik de man met de rare voornaam.’ legt hij uit, als hij zichzelf voorstelt en mij met een ferme handdruk en een brede lach verwelkomt in zijn huis. Arjan praat accentloos Nederlands en dat blijkt ook vrij logisch te zijn, want ondanks zijn exotische achternaam is Arjan ‘gewoon’ geboren en getogen in Nederland. In Vlaardingen, om precies te zijn. Zijn vader werd in 1963 door een Nederlands bedrijf in het Midden-Oosten naar Nederland gehaald en ontmoette hier zijn Nederlandse vrouw. Zijn uiteenlopende wortels hebben Arjan vanaf jongs af aan erg geboeid en al op de lagere school adviseerden zijn leraren om hier iets mee te doen. Arjan ging na zijn middelbare school dan ook politicologie studeren, omdat hij ervan overtuigd was, dat hij de vertaalslag kon maken in de toenemende polarisatie van zijn vader- en moederland.
Intifada
Tijdens zijn studie zocht hij regelmatig de familie van zijn vader aan de Westelijke Jordaanoever op. Gedurende één van deze vakanties, in 1988, vond een grote volksopstand plaats; het waren de begindagen van de eerste intifada. Voor Arjan kwam het conflict opeens héél dichtbij en het intrigeerde hem vanaf dat moment meer dan ooit. Na zijn studie, een paar jaar later, keerde hij dan ook zo snel mogelijk terug en ging werken voor een onderzoeksinstituut dat publieke opinies peilt. ‘Een soort Palestijnse Maurice de Hond, zeg maar!’, glimlacht hij. Hij was volgens eigen zeggen erg jong, idealistisch en wilde (te) graag iets bijdragen. Hij kwam er al snel achter dat het probleem veel complexer was dan hij al dacht en dat het land werd geteisterd door list, bedrog en corruptie. ‘Ik heb mij meerdere keren afgevraagd waar ik in hemelsnaam in beland en aan begonnen was.’
De rol van de nieuwe media
In september 1996, in de relatief rustige periode tussen de twee grote oorlogen, lichtte de strijd weer even op, mede door een conflict rond de opening van een tunnel onder de Al Aqsa moskee in Jeruzalem. In deze tijd kwam Arjan door zijn werk regelmatig in aanraking met, voor die tijd, nieuwe media en maakte als liefhebber de beginjaren van het internet mee. Het was het pre-Google tijdperk en de eerste gratis e-mailproviders hadden net de jonge markt betreden. Het gaf Arjan de mogelijkheid om binnen het conflictgebied te communiceren met groepen jonge Palestijnen, verspreid door heel het land. Vanuit Nabloes, de stad waar hij werkte, deelde hij zijn ervaringen en gedachten met contacten in o.a. Bethlehem en Birzeit, vlakbij Rammallah. Samen zonden ze brieven aan nationale en internationale kranten, om een geluid te laten horen uit een gebied wat bijna hermetisch was afgesloten voor de (internationale) pers. ‘De media waren erg eenzijdig en lieten zelden de verhalen van de gewone, Palestijnse burger zien. Wel de mening van de politieke figuren, maar nooit van de bakker op de hoek of de politieagent op straat.’, zo beschrijft Arjan de toon van de media aan het eind van de 20e eeuw.
Binnenkort deel 2 van dit interview met Arjan el Fassed, o.a. over de oprichting van electronicintifada.net en electroniciraq.net en over zijn +300.000 volgers op Twitter.
