De eerste man
“Toen maakte God, de Heer, de mens. Hij vormde hem uit stof, uit aarde, en blies hem de levensadem in de neus. Zo werd de mens een levend wezen.” (Genesis 2:7) Tegenwoordig lijkt er geen twijfel over te bestaan: volgens de Bijbel was de eerste mens een man, Adam.
De notie van een voorhistorische man die centraal staat in het creatieproces beperkt zich nochtans niet tot de Judeo-Christelijke traditie. Zo vinden we in de Rig-Veda (de oudste van de hindoe-geschriften) Purusha, een oeroude reus wiens lichaam gebruikt werd door de goden om de kosmos te creëren. Purusha was voor de hindoes ook de personificatie van de goddelijke kracht die ten grondslag lag aan de schepping en zich buiten elk begrip van tijd en ruimte bevond. De Purusha van de Rig-Veda vertoont veel overeenkomsten met de Noorse Ymir, eveneens een reus die aan het begin van de ontstaansgeschiedenis stond. Ymir werd door Odin en consorten in stukken gehakt om hemel en aarde te vormen.
Ook het idee dat de mens gevormd is uit de aarde vindt vele parallellen in andere godsdienstige tradities. Niet alleen veel Griekse mythen staan er bol van, tevens in Peru, de Caraïben, Noord-Amerika, China en Egypte is dit geloof wijdverspreid.
In de Bijbel is de naam van Adam op de eerste plaats een Hebreeuwse woordspeling: de mens (adam) wordt gecreëerd uit de grond (adamah). Op dezelfde manier is het Latijnse woord voor mens, homo, gerelateerd aan humus, grond of aarde. Adam betekent dan ook niet man, zoals vele eeuwen aan patriarchale exegese ons wil doen geloven, maar simpelweg mens of mensheid, een onzijdig begrip dus. Adam is daarom niet ‘de man’ maar ‘de mens’, een symbool van de totale mensheid, net als Jezus.
Toch is het te voorbarig om hieruit af te leiden dat de eerste mens tweeslachtig was, omdat na de creatie van Eva een duidelijke man-vrouw scheiding ontstaat en het gebruik van de benaming Adam beperkt blijft tot het mannelijke personage. Het kan goed zijn dat de tegenstellingen en ongerijmdheden die dit deel van Genesis (stammend uit de 9e eeuw vgt) kleuren een reflectie zijn van de moeilijkheden waar een patriarchale samenleving mee te maken krijgt als het de cruciale rol van de vrouw in het voortplantingsproces met de heersende sociale normen probeert te verzoenen. We blijven echter in de voorhistorische Adam een soort ideaalbeeld zien van een ongedifferentieerde mensheid, zonder verschillen of onderscheid.
Een ideaalbeeld dat drie millennia na dato nog niets aan kracht heeft ingeboet.
Philippe Dauphin

Hey kerel,
Ik zie je hebt een start gemaakt! Zeer goede zaak, zo leer ik nog eens wat!
Ga zo door en als je iedere week 500 hits hebt, dan wil ik wel op je pagina adverteren!
Groeten,
Dennis