Het zijn net meisjes
Om het schooljaar af te sluiten, studeerden tien meisjes van de Gunningschool een dansje in op Buttons van The Pussycat Dolls. Net als in de videoclip van deze burleske meidengroep, waren de danspasjes geïnspireerd op striptease: benen werden geopend en gekruist, handen gleden over borsten. Een voorbeeld van seksualisering van de maatschappij? Negen van de tien van deze meisjes identificeerden zichzelf als Moslim. Nog steeds seksualisering of er is meer aan de hand?
Hoofddoekjes versus buiktruitjes
In 2003 werden zowel meisjes met buiktruitjes als met hoofddoekjes van school gestuurd. Ik vroeg me daarom af wat er nu eigenlijk aan de hand was in meisjescultuur? Hoe ziet die cultuur er uit voor meisjes van verschillende etnische afkomst? Vier jaar lang deed ik onderzoek naar meisjes. Ik deed dit in twee zeer verschillende, Amsterdamse groepen 8. De Gunningschool was een Christelijke basisschool in ver-West met in groep 8 slechts één autochtoon meisje. De Kantlijn (de schoolnamen zijn fictief) was een openbare basisschool die in tien jaar tijd net als oud-West sterk verwit was. Op school deed ik met alles mee, van touwtjespringen tot briefjes uitwisselen. Naast observaties hield ik interviews met de meisjes. Ik volgde hen bovendien in de overgang naar de brugklas.
De meisjes in het onderzoek waren allen geboren in Nederland. De cultuur die ze met elkaar maakten was opvallend gelijk. Allemaal droegen ze graag spijkerbroeken met ritsvestjes en allemaal keken ze graag naar Charmed. Natuurlijk waren er onderling grote verschillen. Allereerst lagen die op het gebied van gender. Er waren tomboys die voetbalden en meisjesmeisjes die alleen roze droegen. Er waren meisjes die hun deugdzaamheid benadrukten en meisjes die oefenden met een meer seksueel-volwassen identiteit. Daarnaast namen de meisjes verschillende identiteiten op in relatie tot leeftijd, van meer kinderlijk de Donald Duck lezen tot meer volwassen GTA San Andreas spelen. Ten derde waren er verschillen op het gebied van klasse, met name in de brugklas. Sommige meisjes waren kakkers en andere meer ‘van de straat’. Deze posities lagen niet vast, dus een meisje kon soms haar deugdzame kant meer voorop plaatsen en soms meer sensueel zijn.
Etniciteit bleek geen grote rol te spelen. Op de Gunningschool heerste een relatieve monocultuur, in de zin dat het merendeel van de klas dezelfde religie deelde. De autochtone leraren benadrukten voortdurend het verschil tussen hunzelf (autochtoon en dus de norm) en de leerlingen (allochtoon en dus anders). Onder de leerlingen versterkte dit het gevoel van saamhorigheid. Etniciteit was echter geen vrijblijvende identificatie. Turks betekende Turks, Marokkaans was Marokkaans. Je als Marokkaanse ook Nederlands voelen was niet mogelijk door de manier waarop anderen jou benaderen. Huidskleur was hierbij een complicerende factor: over een Marokkaans meisje met donkerblond haar en blauwe ogen zeiden haar klasgenoten ‘Radia is te wit’. Daarmee werd haar het Marokkaansschap ontzegd, terwijl de constante oppositie tussen autochtoon en allochtoon ervoor zorgde dat haar ook het Nederlanderschap niet toegestaan was.
Identiteit doen
Populaire cultuur is een van de weinige middelen die jonge mensen (meisjes en jongens gelijk) hebben om zichzelf mee uit te drukken. De meisjes in mijn onderzoek maakten gretig gebruik van elementen uit popcultuur, zoals hierboven al duidelijk werd. Die popcultuur overstijgt etnische scheidslijnen. Omdat de middelen waarmee cultuur gemaakt werd overeenkwamen, kwam ook het eindresultaat overeen. De toegang die de meisjes hebben tot die elementen verschilde echter sterk. Dit heeft te maken met de thuissituatie: de financiële gesteldheid van de ouders, oudere broers die je bij de computer weghouden of ouders van wie ze alleen het Jeugdjournaal mochten kijken.
Wanneer het over meisjescultuur in Nederland gaat, denken de meeste mensen aan seksualisering. Dat is immers veel in het nieuws geweest de afgelopen jaren. Minder negatief ingestelden denken wellicht aan paardenmeisjes of aan msn en Hyves. Wanneer het over Moslima’s in Nederland gaat, denken de meeste mensen aan hoofddoeken. En aan hoofddoeken denken, betekent aan integratie denken, aan vrouwenrechten en aan de scheiding tussen kerk en staat. Meisjescultuur en Moslima’s met elkaar verbinden wordt dan ondenkbaar. De gedachte is dan namelijk dat Moslima’s anders zijn, dat ‘hun’ cultuur fundamenteel verschilt van de ‘onze’.
Door alleen te praten over seksualisering (en dus niet te kijken naar hoe meisjes met een hoofddoek dit beleven) of door alleen te praten over hoofddoek als symbool van onderdrukking (en dus niet te kijken hoe iets ‘westers’ als peer pressure hierbij een rol speelt) blijven we zitten met gedeeltelijke beelden van meisjescultuur. Hedendaagse meisjescultuur is echter beide, in de mix en in constante uitwisseling met elkaar.
Linda Duits is universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam. Ze is redactielid van De Jaap en twittert veel. Het besproken onderzoek is in boekvorm te verkrijgen.


Heel verhelderend: Ik dacht bij hoofddoekjes meestal aan onderdrukking enz.
Ik begrijp nu dat ze ook worden gedragen om er binnen de groep ‘bij te horen’ (?)