Verbod op godslastering vloekt met vrijheid van godsdienst
Heilige huisjes hebben dikke sloten nodig. Dat lijkt tenminste de overtuiging van voorstanders van wetten tegen godslastering. Maar hun macht is wereldwijd tanende. Het ene na het andere land lijkt zijn godslasteringwetten overboord te gooien. Kleinzerigheid en onbegrip bepalen de discussies.
Ierland
De Ierse wet tegen godslastering lijkt geen lang leven beschoren. De Ierse minister van Justitie Dermot Ahern heeft aangekondigd dat er een referendum komt over het al of niet afschaffen van de wet, waarschijnlijk volgend jaar. Dat is snel, voor een wet die pas sinds januari van dit jaar in werking is. In juli 2009 besloot de Ierse regering de bestaande godslasteringwetten aan te passen aan de multiculturele samenleving. De vorige wetgeving bood alleen bescherming aan christenen. De wet werd verbreed en aangescherpt. Mogelijke boetes lopen op tot 25 duizend euro. Voorstanders van de wetten wijzen erop dat de hele grondwet van Ierland gefundeerd is op de morele en ethische normen van het katholicisme. De grondwet is daarmee een religieuze grondwet. Met het verwijderen van de godsdienstige moraliteit, verliest de wet haar fundering, is de gedachte.
Liberalen en atheïsten reageerden furieus op de nieuwe wet. De atheïstische actiegroep Atheist Ireland gooide olie op het vuur door 25 blasfemische teksten op haar website te plaatsen. Ze benadrukken dat de wet op godslastering de vrijheid van meningsuiting beperkt. Die vrijheid wordt te sterk bepaald door de uitzonderingen daarop: naast blasfemie ook opruiing en onfatsoenlijk gedrag. Tot op de dag van vandaag is Atheist Ireland niet beboet voor overtreding van de wet. De kans is groot dat de godslasteringwetten in de loop van volgend jaar voorgoed van tafel geveegd worden.
Indonesië
Aan de andere kant van de aardbol, in Indonesië, speelt een soortgelijke discussie. Hoewel de kritiek op de godslasteringwetten daar vooral van liberale moslims en christenen komt. Dat komt ook omdat atheïsten officieel niet bestaan in Indonesië. Burgers van het grootste moslimland ter wereld zijn verplicht hun religie aan te tonen op hun ID-kaart. Dat wil zeggen dat ze mogen kiezen tussen islam, katholicisme, protestantisme, hindoeïsme, boeddhisme en confucianisme. Wie niet één van die zes religies aanhangt, krijgt het stempel moslim. De islam is met 85% veruit de grootste religie.
Deze wetgeving – en het bijbehorende verbod op blasfemie – stamt uit de tijd van president Soeharto, waarin het communisme fel bestreden werd. Omdat veel communisten atheïstisch waren, verplichtte Soeharto alle burgers één van de vijf door de staat goedgekeurde religies aan te hangen. In 2000 voegde president Wahid confucianisme aan het menu toe. De voorstanders van herziening van de wetten hebben zich verenigd in de National Alliance of Freedom of Religion and Faith. Het constitutionele hof buigt zich op dit moment over de vraag of de wetten aangepast moeten worden. De wetten beschermen voornamelijk orthodoxie, en zijn daarmee volgens criticasters een mechanisme om ketters aan te wijzen, als een inquisitie.
Nederland
Hoewel de situatie in beide landen duidelijk verschilt, is er een belangrijke overeenkomst. Die overeenkomst keert terug in andere landen, waar vergelijkbare discussies spelen. De vrijheid van godsdienst en de vrijheid van meningsuiting vloeken met het verbod op godslastering. De wetten die godslastering verbieden schieten daarmee hun doel voorbij. Ze sluiten mensen uit, verketteren, en belemmeren de vrijheid. Om het gecompliceerder te maken staat ook in Nederland weer een nieuwe discussie over godslastering op stapel. D66, SP en VVD hebben een wetsvoorstel gedaan om het verbod op godslastering te schrappen. De vaste commissie voor Justitie buigt zich daar op dit moment over. Hoe de discussie zal verlopen is de vraag, maar dat artikel 147 en 147a uit het Wetboek van Strafrecht worden geschrapt lijkt een kwestie van tijd.
De tegenstanders van het afschaffen van de godslasteringwetten reageren vaak krampachtig, alsof het afschaffen van deze wetten de vrijheid van godsdienst inperkt. Juist niet. Het is kleinzerig en bekrompen: gelovigen moeten tegen een stootje kunnen. Door hun krampachtige houding verliezen ze het contact met de buitenwereld. Ze zijn bang voor indringers. Daarom proberen ze krampachtig alle kiertjes van hun heilige huisjes dicht te stoppen. Maar ze vergeten één ding: als religie geen frisse lucht meer binnen krijgt, dan wordt het muf. Dan gaat het stinken.
